De leerkuil is een krachtig hulpmiddel in het onderwijs dat kinderen bewust maakt van diep leren. Het helpt leerlingen begrijpen dat uitdagingen en doorzettingsvermogen essentieel zijn om nieuwe vaardigheden te ontwikkelen. Op bijna alle basisscholen hangt tegenwoordig een leerkuilposter in de klas. Veel leerkrachten zijn bekend met het concept en herkennen de verschillende fasen in het leerproces van hun leerlingen.
Toch roept het regelmatig vragen op:
• Hoe begeleid je leerlingen wanneer ze vastlopen?
• Moet je ingrijpen om hun ongemak te verkorten?
• Laat je leerlingen zelf worstelen met frustratie? En hoe lang dan?
• Wat als een leerling de leerkuil probeert te vermijden?
• Hoe ga je als leerkracht om met je eigen emoties bij bepaald gedrag van leerlingen?
Omgaan met de fasen van de leerkuil én de emoties die dit oproept, vraagt om specifieke didactische vaardigheden en gerichte interventies van de leerkracht.

Leren zonder emoties bestaat niet.
Wanneer iets niet lukt of een leerling iets niet begrijpt, kunnen gevoelens als frustratie, angst of verdriet ontstaan. Het overwinnen van een uitdaging brengt daarentegen vaak trots, blijdschap en motivatie met zich mee. Beide soorten emoties zijn belangrijk en mogen er zijn – sterker nog, ze moeten er zijn.
Om tot diep leren te komen, is het cruciaal dat kinderen leren omgaan met deze emoties. Dit proces noemen we emotieregulatie. Het helpt leerlingen om vol te houden, door te zetten en uiteindelijk succeservaringen op te doen.
Voor leerkrachten betekent dit dat inzicht in de emotionele ontwikkeling en emotieregulatie essentieel is om hun leerlingen effectief te begeleiden.
Voor hoogbegaafde kinderen gaat leren in de vroege jaren vaak moeiteloos. Dit lijkt een voordeel, maar het kan ertoe leiden dat zij weinig ervaring opdoen met doorzettingsvermogen en falen. Veel hoogbegaafde leerlingen ontwikkelen hierdoor een fixed mindset: ze vermijden uitdagende situaties en kiezen voor taken die ze al beheersen. Ze blijven hiermee in de comfortzone en komen niet tot het diepe leren.
Daarnaast hebben hoogbegaafde kinderen vaak kenmerken als perfectionisme, een sterk rechtvaardigheidsgevoel, hoogsensitiviteit en een kritische houding. Dit kan ervoor zorgen dat zij extra moeite hebben met de emoties die de leerkuil oproept.
In een reguliere klas zitten ook veel kinderen die juist wel gewend zijn om door te zetten en oplossingen te zoeken. Zij hebben ervaren dat leren inspanning kost en dat frustratie een normaal onderdeel is van het leerproces. Hoe kunnen we deze verschillen overbruggen en een inclusievere leeromgeving creëren?


Orthopedagogen Nanja Jacobs en Janneke Haijer geloven in de kracht van samenwerken binnen de klas. Wanneer leerlingen elkaar helpen in de leerkuil, werken ze preventief aan emotieregulatievaardigheden. Dit vergroot hun autonomie en benut hun unieke krachten.
Door een aanpak te kiezen waarin visuele informatie, gesprekken en opdrachten worden gecombineerd, sluit je aan bij diverse leerstijlen. Dit komt zowel normaal begaafde als hoogbegaafde kinderen ten goede.
Leerkrachten spelen hierin een cruciale rol. Door leerlingen inzicht te geven in de leerkuil en de bijbehorende emoties, stimuleren zij inclusiever onderwijs. Wanneer kinderen elkaar helpen, leren ze niet alleen van de stof, maar ook van elkaars leerproces.
Het resultaat?
Leerkrachten krijgen meer ruimte om te differentiëren binnen het lesaanbod, en kunnen met meer creativiteit en flexibiliteit inspelen op de behoeften van hun klas. Dit leidt tot een rijkere leeromgeving waarin iedereen wordt uitgedaagd – inclusief de leerkracht zelf!
Om dit resultaat nog verder te versterken is kijken naar de onderwijsorganisatie en de ondersteuningsniveaus volgens ons onmisbaar. Om daarin te ondersteunen en het product Breinstormers goed te integreren werken Janneke en Nanja samen met onderwijsexpert Cora van Unen in het bedrijf Inkluvisie - inkluvisie.nl